Digitale uitsluiting

Digitale uitsluiting

Vanuit mijn ervaring met een online hulp project voor een aantal LVG-instellingen blogde ik al eerder over de laatste der Mohikanen van het internet. Deze Mohikanen zijn mensen met een beperking die worden buitengesloten van een steeds belangrijker onderdeel van de samenleving. Opmerkelijk, gezien het feit dat deze mensen juist behoren tot de groep die er het meest van kunnen profiteren.

Beheersing
Recent verzorgde ik een sessie tijdens de studiedag E-inclusie: een dag gewijd aan het betrekken van mensen (met een beperking) bij de digitale samenleving. Opvallend was dat veel vragen gericht waren op beheersing: Hoe kan ik voorkomen dat mijn cliënt muziek downloadt, porno kijkt, te veel achter de computer zit of afspreekt met vreemden? Vragen met veelal de beste bedoelingen. Vragen die ook al speelden toen de televisie, telefoon en de mobiele telefoon werden geïntroduceerd. Ook toen speelden vragen als: Mag je een cliënt wel televisie laten kijken? Waar mag hij of zij dan naar kijken? Mag een cliënt ook een televisie op zijn kamer?

Experiment
Als je er wat verder over nadenkt zijn dit eigenlijk niet de belangrijkste vragen. De achterliggende en meer overkoepelende vraag is: geef je jouw cliënt de ruimte om te experimenteren en blijf je ruimte bieden om vragen te stellen als een cliënt het even niet snapt? Als na experimenteren blijkt dat het voor een bepaalde cliënt beter is om geen toegang te hebben, dan is dat uiteraard ook goed. Echter kan het niet zo zijn dat cliënten op voorhand worden uitgesloten omdat medewerkers bang zijn dat het misschien misgaat.

Ook voor William Valkenburg was het aanvankelijk de vraag of internet voor zijn broer Theo een toegevoegde waarde had. Waar het eerder moeilijk was om met Theo een gesprek aan te knopen (hij was af en toe behoorlijk in zichzelf gekeerd) concludeert William dat door middel van internet het nu veel beter gaat met zijn broer, zo laat dit filmpje zien:

 

 

Waarde
De vele vragen over beheersing doen vermoeden dat de inzet van nieuwe media een enorme omslag vormt voor hulpverleners. In werkelijkheid valt dit reuze mee. Op veel vlakken verschilt de fysieke samenleving niet zo veel verschilt van de digitale. Het vraagt met name interesse van begeleiders. Stel bijvoorbeeld eens de vraag “hoe was het vandaag op internet” of vraag eens “kom je weleens vervelende mensen op internet tegen en wat doe je dan?”. Door het gesprek aan te gaan merk je al snel dat het best meevalt met de problemen en ontdek je ook de waarde die internet heeft voor cliënten. En dan hebben we het nog niet eens over de waarde van internet voor de eigenlijke behandeling van cliënten met een beperking.

Toestemming
Tijdens de studiedag speelde het debat over wel/ niet internettoegang een duidelijke rol. Zo vertelde William Valkenburg over het jarenlange proces dat hij doorliep om ervoor te zorgen dat zijn broer een internetaansluiting kreeg. Uiteindelijk werd toegestemd door het bestuur. Een toestemming die logisch is maar ergens ook schrijnend. Want bedenk: elke willekeurige Nederlander kan naar de winkel lopen en een computer en internetaansluiting aanschaffen! Waarom zouden we mensen met een beperking (die we sowieso al deels afsluiten van de maatschappij) ook nog eens afsluiten van de digitale maatschappij?

De beste argumenten
De beste argumenten kwamen echter van de aanwezige mensen met een beperking zelf. Tijdens vele sessies inspireerden zij met een verfrissende blik op de waarde van een computer en internet. Zo vertelde Dieneke over het online systeem dat ’s Heerenloo haar aanbiedt: “nu kan ik zelf kiezen wat ik wil leren”. Ronald (cliënt en medewerker bij Pameijer) antwoordde op de vraag wat hij ervan zou vinden als hij geen internet meer zou hebben: “ik zou helemaal gek worden, me voelen alsof ik gevangen zit!”.

Belang van de cliënt
Met deze sterke uitspraken deden zij het hele debat teniet! Want willen wij verantwoordelijk zijn voor het feit dat cliënten zich gevangen voelen? Is het niet vanuit de opvatting van goede zorg, dan wel vanuit juridisch oogpunt. Iemand de toegang ontzeggen tot de (digitale) samenleving is namelijk een vorm van vrijheidsbeperking. Laten we daarom uitgaan van het belang van de cliënt als we het hebben over toegang tot internet voor een cliënt en niet van de vrees van medewerkers (hoe goed bedoeld ook). Neem het online functioneren en de mogelijkheden van internet standaard op in het behandelplan en betrek zowel het functioneren in de fysieke als digitale samenleving binnen je behandeling. Ga daarnaast eens samen met een cliënt achter de computer zitten en laat hem vertellen wat hij online leuk vindt om te doen. Leer welke mogelijkheden het hem/ haar biedt en krijg een reëlere blik op wat internet kan betekenen voor je cliënt. Vind je computers/ internet zelf eng of ben je niet zo vaardig met computers? Vraag voor jezelf dan om ondersteuning aan je werkgever. Voor je zelf maar zeker in het belang van de cliënt!

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Geef een reactie

Vul uw gegevens in

Een initiatief van

Beta